HURGHADA

 

 

 

Irene schreeuwt het uit.

‘Het kan niet, het kan niet’ roept ze steeds. ‘Niet Peter, niet mijn Peter. Waar is hij!’

Overstuur kijkt ze om zich heen, ongecontroleerd met haar armen zwaaiend.

Hassan is alleen boven gekomen en kijkt angstig zijn broer Achmed aan.

‘Ik ben hem kwijt,’ zegt hij alleen maar verslagen. ‘Ik heb gezocht, maar uiteindelijk moest ik naar boven. Hij was zomaar weg, ik begrijp er ook niets van.’

‘Het kan niet, jullie moeten zoeken,’ roept Irene weer hysterisch. Dan springt ze het water in en als een gek duikt ze onder om te gaan zoeken. Het is onbegonnen werk. Ze kan hem nooit vinden aan de oppervlakte.

Hassan is Peter bij het wrak kwijt geraakt.

‘We moeten zoeken,’ roept ze. ‘Hij kan niet ver zijn. Peter kan goed duiken.’

Woest begint ze aan Hassan te trekken. Ze duwt hem bijna onder en deze raakt in paniek van deze hysterische Irene.

‘We moeten eruit en een nieuwe duik maken,’ zegt hij.

‘Wordt alsjeblieft kalm, dit helpt je niet.’

‘Ja, we moeten een nieuwe duik maken,’ zegt ze ongewoon kalm en

ze beslist om mee te gaan.

Ze gaan allemaal aan boord en Achmed en Hassan pakken een nieuwe duikfles en willen het water opnieuw in gaan.

De anderen kunnen niets doen, want er zijn geen volle duikflessen meer aan boord.

‘Ik ga ook mee,’ beslist Irene.

‘Dat kan niet,’ zegt Achmed. Met zachte dwang duwt hij haar naar één van de banken en zegt haar daarop te gaan zitten.

‘Je hebt al lang niet gedoken en bovendien hebben we geen flessen meer over. Daarbij hebben we een probleem erbij, als we jou ook kwijt raken,’ probeert hij haar zo rustig mogelijk uit te leggen.

Irene kan niet anders doen, dan af te wachten.

Achmed en Hassan dalen weer af onder water, om op zoek te gaan naar Peter.

Ze blijven een hele tijd weg en Irene wordt helemaal gek van angst.

Allerlei scenario’s passeren de revue in haar hoofd, van mankementen aan zijn duikuitrusting tot te weinig lucht in de duikfles, of dat hij vast is komen te zitten in één of ander net of wat anders. Misschien is hij zelfs wel door een haai gegrepen, maar dat idee verwerpt ze snel weer. Dan bedenkt ze dat hij mogelijk weer een hyperventilatieaanval heeft gehad, waardoor hij onwel geworden is en bewusteloos is geraakt. Het blijft maar malen in haar hoofd, ondertussen loopt ze continue het dek op en neer, totdat de andere duikers haar bij de arm pakken en weer op het bankje terug zetten en haar wat te drinken geven.

De andere duikers proberen haar moed in te spreken met de verwachting dat Achmed en Hassan met Peter terug zullen keren.

Na drie kwartier komen Achmed en Hassan weer boven en gespannen kijken ze allemaal toe. Geen Peter.

In haar oren klinkt een schelle gil. Ze is het zelf. Ze zakt weg in de peilloze diepte van haar bewustzijn.

Stemmen brengen haar weer bij. Irene is in shock. Verdwaasd kijkt ze voor zich uit en reageert nergens meer op. Ze is hem kwijt, denkt ze. Dit is haar straf. Dit komt omdat ze met Sander is geweest. Oh God, het spijt me zo, denkt ze. Breng Peter alsjeblieft bij me terug, ik zal alles doen, wat u van me vraagt.

Ze is niet gelovig, maar nu doet ze een beroep op hem, de hogere macht.

Maar Peter blijft weg.

Ondertussen hebben Achmed en Hassan de kustwacht gebeld.

‘Ze komen straks met een duikploeg zoeken,’ zegt Achmed tegen Irene. ‘Het zijn professionals, ze gaan hem vinden, geloof me.’

Maar Irene gelooft er niet meer in.

Apathisch blijft ze voor zich uitkijken. Ze is hem kwijt. Haar man, haar leven. De vader van haar kinderen. Ze weet het zeker. De droom ging niet over haar, maar over Peter.

De puzzelstukjes vallen op hun plaats. Daarom was ze zo bang, dat hij weer ging duiken.