fragment grachtenmoord

20. jun, 2016

Vrijdag 22 mei 2009.

 

 

 

Van der Hoeven? Hoe is die bezichtiging gegaan?’

Anneke kijkt Peter vragend aan.

‘Peter, lieverd?’

‘Huh, wat zei je?’

‘Van der Hoeven???’

Ze vraagt het nog dringender. Ongeduldig tikt ze met haar pen op tafel. Afwezig kijkt hij haar aan.

‘Sorry, ik ben er even niet bij. Schuin achter je, daar zit hij. Die vieze oplichter. Niet direct omkijken,’ sist hij.

‘Hoezo, wie bedoel je?’ fluistert ze.

‘Van Laar, Frans van Laar. Hij heeft mijn zoon Philip opgelicht en vele andere studenten. Je weet wel, dat piramidespel waar ik het met je over gehad heb. Anneke kijkt voorzichtig achterom. Aan het tafeltje achter haar, ziet ze een kleine gedrongen man met een pafferig gezicht en bloeddoorlopen ogen, een poging doen om met een trillende hand een glas bier naar zijn mond te brengen. De helft van het bier gaat er overheen en laat een flinke plas op de vloer achter.

‘Ja, ik zie hem zitten. Hij heeft al een behoorlijke slok op, zo te zien. Wat ben je van plan?’

Zonder antwoord te geven, schuift Peter zijn stoel met een ruk naar achteren en staat hij al op.

‘Zo van Laar, wil het vanavond een beetje smaken?’ roept hij verachtelijk.

‘Je lust ze wel, zo te zien. Ja, geld zat hè? Over de ruggen van onze kinderen.’

‘Wat bedoel je man, laat mij met rust. Ik zit hier even rustig. Donder op.’

‘Oh ja? wat dacht je van mij en mijn zoon. Wij hadden ook liever hier gezeten aan een biertje. Maar ja, je hebt alles van hem afgepakt met dat smerige spel van je. En al ben je veroordeeld, je gaat rustig weer een nieuw project beginnen, vuile hufter die je bent!!’

‘Ho, ho, rustig aan man,’ lalt Frans met dubbele tong.

‘Ik heb mijn straf gehad. Laat mij met rust.’

Demonstratief draait hij zich om, en gaat met zijn rug naar Peter toe zitten.

‘Kom Peter, laten we verder gaan met onze bespreking,’ komt Anneke, die ondertussen ook opgestaan is, nu tussenbeide. Ze probeert hem met zachte dwang weer naar zijn stoel te krijgen.

‘Echt niet, van Laar en ik gaan even naar buiten. Dan zal ik hem wel even ontnuchteren!’ schreeuwt Peter nu.

Hij pakt Frans bij zijn arm en trekt hem van zijn stoel af. Frans is perplex en laat zich mee sleuren naar buiten toe, vlak bij de gracht.

‘Zo, nu zal ik jou eens even wat vertellen,’ gaat Peter verder. Maar voordat Peter verder kan gaan, heeft hij al een flinke stoot van Frans te pakken.  Peter valt, wrijft zichzelf even pijnlijk over zijn knie, maar staat direct weer op. Nu is hij echt kwaad en hij geeft Frans een flinke duw terug. Van Laar wiebelt, lijkt even toch te blijven staan, maar dan valt hij toch met zijn achterhoofd bovenop een paal, om daarna met een flinke smak op de klinkers terecht te komen. Daar blijft hij een poosje bewegingloos liggen. Er sijpelt bloed vanaf zijn voorhoofd over zijn ogen en mond en Peter deinst geschrokken achteruit. Dan helpt hij Frans toch maar overeind, zo goed en zo kwaad als dat gaat. Het valt niet mee om een dronken kerel op te tillen, als die niet mee lijkt te werken. Het lukt hem uiteindelijk wel en Frans wankelt nog wat op zijn benen. Peter laat Frans los en loopt van hem weg. Anneke is ook naar buiten gekomen en neemt Peter bij zijn arm mee naar binnen. Als hij omkijkt, ziet hij dat Frans zijn evenwicht verliest en in de gracht valt. In gedachten vlucht hij de kroeg in, daarbij onbewust tegen iemand op botsend…